Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

XLIV. HOOFDDEEL. &r

den kleederen', uit veelverwige draaden,.. ge weeven. Zy aanbaden de zon, en brag» ten aan dezelve vrugten, dieren, en hunne kunstwerken, ten offer. Hunne vorste i,, ei Incas, zagen zy aan, als kinderen der zon, en by derzelver begraafems, werden veclen hunner bedienden omgebragt ; doch dit was ook 't eenigfte blyk van wreedheid, dat men , in hunne zeeden, rondt.

Thans zyn de aframmelingen van dit goedhartig, ongelukkig volk, zoo ver dezelven afgezonderd, op t land, woonen, geheel van de voorige nyverheid, ontaard. Onverfchiilig omtrent ailes, zelfs ontrent eei , rykdom en aanzien , kunnen noch vrees, noch belooning , noch ftraf, noch betooning van agting hen, uit hunne onwerksaambeid , opwekken. Zy bewoonen kleine hutten , in wier midden 't vuur geuboxt wordt, en daar men ze, met hun vee, in honden, varkens, en keukengevogelte, betraande,, by. een vindt. Hoeveel men hun ook, voor een ftuk van dit gevogelte, bieden mooge, kan men 't niel X 7 kir,

Sluiten