is toegevoegd aan uw favorieten.

Nieuw licht voor vroed-meesters en vroed-vrouwen.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

'48 Van Bezwangerde LTFMOEDERS.

deren van die natuur, dat zoodanige Vroedmeefters en Vroedvrouwen , die gemeent hebben dat de Nageboorte in de zyde van de Lyf-moeder nu hier en dan daar vaft gevonden wert, dat die dooe gebrek van genoegzaame opmerkinge eerft haar zeiven en daarna ook anderen hebben geabuzeert.

Maar om ons niet te lang cp te houden , zoo zal het nodig zyn , om te zien of onze onderftellingen, die wy hier in dit Hoordtdeel vaftgeftelt hebben, waarlyk met de ondervinding accorderen, en of men in de uitgezette Lyf-moeders ietwes kan befpeuten , dat ons deze ftellingen zal beveiligen; en laat ons dan tot dien einde de vierde P iguur eens wat naauwkeurig befchouwen.

Het eerfte dan, dat wy vaftgeftelt hebben, is, dat een Lyfmoeder kan uitzetten en groter werden, zonder merkelyk te verdunnen , ja ook wel zomtyts dikker werdende of by haar vorige dikte blyvende; en dat bewys ik uit deze vierde Figuur vergeleken met de voorgaande derde Figuur, beide na het leven afgetekent. In de derde Figuur, die een onbevrugte Lyf-moeder leevensgroot vertoont, kan men fien, dat de Lyf moeders banden even onder de Trompetten digt aan den bodem van een onbevrugte Lyf moeder vaft zyn, door welke banden de Lyf-moeder, alzoo 'er aan elke zyde een is, in balans gehouden werd, om niet na deze of gene zyde over te vallen. Zoo nu de Lyf-moeder haar egaal en in alle haare deelen gelykelyk quam uit te zetten, zoo moefte daar uit volgen, dat men ook de banden in de vierde Figuur in proportie zoo na aan den bodem moefte zien, als in die van de derde; maar wy zien hier het tegendeel; namentlyk, dat de banden in deze uitgezette Lyf-moeder ongemeen veel laager zyn: zoo dat wy daar uit moeten befluiten, dat de Lyf-moeder in haar bodem ongemeen veel meerder moet uitgezet zvn, als in haar Lighaam.

Zoo ik my niet vergis in myne rekening, zoo moet het waar zyn, dat de Lyf-moeder van een gemeene grootte, kort voor de verloffinge, in haar bodem wel zes a agt, om niet te zeggen zeftien of twintigmaal, zoo veel moet gerekt zyn, als in het overige vaa haar Lighaam.

Merkt hier dat deze vierde Figuur vertoont een Lyf-moeder uitgezet tot zoodanigeo grootte, als dezelve verbeelt, zynde maar

om-