Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

sa* ma?, ZAAKEN VAN

Eilande behoorlyk te verzekeren; met één woord, das voelen Uwe Hoog Mog. hoe verkeerdelyk men fomtyds beweert heeft, dat het verlies van Nagapatnam voor de Maatfchappy van kleine aangelegenheid zon zyn.

Indien men , in Hellingen van dien aart , der goede trouwe heeft plaats gegeeven , dan hebben dezelven haare oorfprong genomen uit eene verregaande onkunde in de gefteldheid der politieke en mercantile betrekkingen van de Nederlandfche Maatfchappy in de Wester« fche gedeelte van Indiën.

Genoegzaam met het zelfde oog moeten wy befchoü. wen de begrippen , die ons nu en dan zyn voorgekomen, als of by de Preliminaire Artikelen wel de vrye Vaart , maar geenzints den Handel in de Molucco's, toegeftaan zynde, de Maatfchappy hier door veel minder hadt te vreezen. Men behoeft, Hoog Mogende Heeren! flegts een oppervlakkige kennis te hébben van de uitgeftrektheid der Specery-Landen , om ten volle overtuigd te weezen , dat deeze onderfcheiding meer de vorm dan het weezen van de zaak aangaat, en dat mitsdien in dezelve geen de allerminfte grond van gerustheid te vinden is , zynde de legging dier Landen zodanig, dat wy ons niet wel de mogelykheid kunnen verbeelden eener voorziening , derwyze toereikende , dat de uitfluitende Handel der Nederlandfche Maatfchappy in die Vaarwaters ongefchonden bewaard blyve. Onder Compagnie's Inlandfche Onderhoorigen zal men 'er altoos vinden, die, of uit baatzueht, of met andere inzigten , op de komst van vreemde Scheepen in die Zeeën vlammende , geene gelegenheid zich zullen laaten ontflippen , om de vrugten van hun Land denzelven aan te bieden , maar wie , Hoog Mogende Heeren ! het zy met eeibied gevraagd , zal gelooven durven, dat de heiligheid der Tradcaaten, een behoedmiddel is, 't geen tegen diergelyke verzoekingen kragtig genoeg kan werken ? — By één der Brieven, die wy , ftaande deeze Vergadering, van de hooge Regeering van India ontfangen hebben , fchryft dezelve, dat by haar berigten waren ingekomen , die verzekerden, dat een Inlander van rang van Ternaten ten koste der Engelfche Compagnie op Madras wierd onderhouden,

en

Sluiten