Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

MAC ASSER, AMBOINA, enz. 35

willende houden, ging een verdrag aan mee eenen siddee' (*), dien hij zijnen Admiraal noemde, waarbij deze jaarlijks een inkomen van drie Lak Ropyen, of vier en een halve ton gouds, zou trekken, om daar voor de kusten tegen de roovers te beveiligen; de betaaling dezer fomme werd gedeeltelijk gedaan uit de inkomften van eenigen hier omftreeks gelegen landen, ook voor een gedeelte uit de inkomften van Suratte zelve, 't geen hem door den Gouverneur dier plaats moest betaald Worden.

Maar toen deze, omtrent den jaare 1750 of 1751, daarin nalaatig bleef, nam siddee' zijn flag waar, en, onder voorwendfel van zijne achterftallen incevorderen, zond hij eenige zijner Krüisfers op de rivier, en wel op eenen tijd dae de mousfon reeds gekenterd was , en zij dus, kwazie niet meèr terug kunnende keeren, aldaar moesten blijven liggen, waaromtrent het fchijnt, dat de Surattafche Gouverneur geen argwaan voedde; doch siddee', deze. achteloosheid cot zijn voordeel gebruikende, maakte zich onVerwaehts meester van het Kafteel, waarvan hij,

\ .

(*) Deze was een Arabier, die zich, fchoon van, geringe middelen opgekomen , magtig genoeg had gemaakt, om een kleen Vloótjen te onderhouden, waarcaede bij de rondomliggende kusten onveilig maakte.

Sluiten