Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

MACASSER, AMBOINA, enz, 143

dwars van den hoek van Nasfary, noj; even in het gezicht der Reede.

Den volgenden morgen ten vier uuren gingen wij met de eb weder onder zeil, en het geJukte ons nog dienzelfden avond op zijde van Kaap St. Jan en dus buiten de banken te komen, vanwaar wij den koers, volgens de Zeilagie ordre, z. w. aanftelden, om buiten hee gezicht van 't land te blijven , ten einde de Maretthafche vloot, die zich meest altijd bij ent langs den wal ophoudt, uit het gezicht te blijven. Wij zagen dien zelfden avond, met zonne ondergang eene meenigte vaartuigen, ruim vijftig in getal, waar onder drie groote Gourabs, om de Zuid van ons ten anker lagen; en dewijl wij niet wisten of dit de Maretthafche vloot was, maakten wij alles in gereedheid tegen eenen aanval: wij pasfeerden 'savonds ten zeven uuren, eene halve mijl bewesten dezelve heen, zonder dat er eenige beweeging gemaakt werd om op ons aftekomen, waaruit wij opmaakten dac het een Engelsch convooi was, dat van Bombay kwam.

Den 6January 1776, wanneer wij, naar onzer gisfing, dertig mijlen van den wal waren, veranderde de koers om de z. z. o. en den 8 om de z. o.; doch den volgenden dag met zonne opgang in het gezicht van 'tland zijnde, dat even bezuiden de Portugeefcbe hoofdplaats, Goa^

ligt,

Sluiten