is toegevoegd aan uw favorieten.

Reize van Zeeland over de Kaap de Goede Hoop en Batavia, naar Samarang [...] in de jaaren MDCCLXXIV tot MDCCLXXVIII.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

MACASSER, AMBOINA, enz. sag

telkens blootgefteld aan de rooverijën der Coelys en Maretthas, van welken zij nu laatst, binnen één jaar tijds tweemaal waren uitgeplunderd, zonder dat zij eenige tegenweer hadden durven bieden , wilden zij anderfins hun leven behouden.

Wij bleven hier wat uitrusten, tot 's namiddag ten half vier uuren, en namen toen verder de reize naar Suratte aan.

Wij reisden, even als te vooren, door eene dorre zandige vlakte, zonder eenig geboomte: de hitte was bijna onverdraaglijk, geen windjen deed zich gevoelen, en aan deze hitte waren wij blootgefteld tot vijf uuren, wanneer wij een weg aantroffen, welke tot aan het Dorp Batta, een weinig belommerd was. Aan den rivierkant, tegenover Attua gekomen zijnde , vonden wij een vaartuig gereed liggen, om ons naar de ftad te brengen, alwaar wij des avonds ten half agt uuren aankwamen.

In 't begin der maand April, zoodra de lijnwaat-pakken van Brootchia gekomen waren, werd er alle haast gemaakt tot mijn vertrek, vermits de kwade mousfon ophanden was, en ik nog bovendien Cochim moest aandoen, om aldaar een lak Ropyen, welke ik van hier zou medeneemen , aftegeven, alsmede honderd Mooren voor Batavia.

Den 7. kwam ik met de laatfte depêches aan

boord,