is toegevoegd aan uw favorieten.

Verhandelingen van het Bataviaasch genootschap, der konsten en weetenschappen.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

der Pr ys vr a.ag en. Jl

Het is niet noodzaaklyk, dat men de Inëntelingen in de open lucht brenge; mits dat men hen in huis, op den duur, eene geduurig ververfchte, en, zooveel mogelyk is, koele lucht, doe inademen. Het kan echter niet als goed , dat men hen, op békwaame tyden, buiten laat wandelen ; waar toe in de Indien de crefchiktste tyden zyn de mor_ren- en avondftonden, wanneer de winden, van de Zee Bergen waaiiende, de lucht ververfchen , en verkoelen. - De vrees van daar door de befmetting te verfpreiden, is meest al ydel. - Wanneer zy echter onder de uitbotting veel koorts, of, na dezelve merklvk etterkoorts hebben mogten, is het best, dat zy' zich niet aan de koude blootllellen. — De blootftelling aan eene groote koude is over het algemeen zoo nadeelig, als zy in enkele gevallen voordeelig is. Zy kan de uitwaasfeming beletten ; langs dezen weg de koorts verwekken, en de eene ziekte by de andere voegen. Eene onbelemmerde uitwaasfemingis, in de Kinderziekte \ van het grootffce nut. De open lucht bevordert de uitwaasfeming zeer; en, nadien men in de heete Gewesten over 't algemeen vryër en meer uitwaasfemt, en minder gevaar loopt, dat de uitwaasfeE 4 ming,