Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C3)

zulks vorderde, afzonderlyke Vergaderingen; die dan de Stalen van Walch eren genoemd werden : van zoo eene Vergadering wordt in Stads Rekening van 't jaar 1501 mede gewaagd 3 als gezegd wordt betaalt meester Cornelisz.van ttveó dagen vaceerens tot befcrive van de Staten vanden lande van Walcheren in Julia aldair vergadert op de Rekeniuge van ds Dyckgraue van den zeluen lande ; Bnde doe gefproken mit da Rentmeester van Zeelant van de pacht van dat Dyckgraaffihap van de Oostivateringe in Walcheren 't welck altyt tot defen hufe toebehoirt heeft, iij fchell. tot beter verftand daarvan dient, dat het deel van Walcheren de Oostivateringe genaamd, van oude tyden, aan het byzonder beftuur der Heeren van Vere fchynt overgelaten geweest te zyn, waartoe het aanbellen van Dykgraaf, Gezworens, Penningmeester, onder den naam van fPater-clercq be* kend, en eenen Bode altoos behoord heeft. Misfchien krygt men .gelegenheid daarover eens opzetlyk te handelen, genoeg hier, dat deze Stads Regeering waakzaam was om,de rechten van haren Heer te handhaven.

De behoeftigheid van den Landvorst bleek ter dezer tyd, daar de ingewilligde Beden al voor den vervaltyd te berde moesten komen, en daartoe middelen uitgedacht worden, althans in yoorfz. Stads Rekening vindt men nog betatlt A s den

Sluiten