is toegevoegd aan uw favorieten.

De zeetriumph der Bataafsche vryheid, op Doggersbank. Bevochten [...] 1781.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

NA-BERICHT.

pleegd hebben. Zo 'er voords eenige feilen mogten zijn, men verfchoiie die in mij , dewijl ik hoe zeer ik mij vleije, mijne moederlpraake te verdaan echter, wanneer het vuur der Dichtkunde aan 't gloejen is, en de denkbeelden alleen met de zaaken vervuld zijn, niet in flaat ben om op kleenigheden en taalfche dweeperijën te letten.

Ik zoude hier bij veelen, wier zaak het is te nagelbijten, om grieeismi of incrgie der Ou Jen , in den ban gevloekt worden, ter Itraffe van eene al te ruime vrijheid. Zij die hier in trachten uitteraunren, heffen vrij de roeden in hunne eigenrechtelijke vuisten op, en veroordeelen eenen vrijen fmank voor de levende Taaien; dan ook zij daan mij toe dat ik pleite voor mijnen fmaak, e^i die van onze beste Dichters; en men neme de voorbeelden die ik aanvoere op, niet als of ik mij met groote mannen gelijk wilde delien. — Geenszins. Ik zoek hen fleehts, als van verre , te volgen.

In de eerde plaats noem ik viugilius zelve, zij die fraaije Letteren beminnen, weeten alle dat die groote Dichter zijn fiuk uic veele en veelerleije voor hem bekende Dichters genomen heeft, zo dat veele Critici bewijzen dat verfcheiden dukken en geheele perioden, niet van viugilius zelve oorfpronklijk zijn,en dat elders zijne vloejende Dichtkunst veele misdagen heeft, die alleen, uit het willen plaatzen van een fraaije uitdrukking, veroorzaakt zijn.

De groote vondel, dezen verheven Latijner volgende, is minder in dezelve misdagen gevallen : zoo, dat hij geene Dichters in onze Moederfpraake heeft gevolgd, maar oorfpronklijk in zijn overzetting gebleven bij eigen vernuft en Dichterlijke vrijheeden, die hij zo dout gebruikt heeft, dat bijzonder in de berijming van zijnen Eneas ontellijke inkrimpingen en fmeltingen, ja wringingen van woorden gevonden worden, die een ander van zijne tijdgenoten nooit had durven gebruiken. Dan die groote Dichter bekreunde zich der vitterij niet: hij beet het fpit af, en gaf in 't midden van zijne Taalnaauwkeurigheden, ook ruim bot aan

het