Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

( 9 )

, Öp zijn eenöögde Kruin, wijl bruine Gaïathêi Den blonden Jongling, tót haar Acts huwt ih Zeé; Om hem,tert fpijt des wroks, voor eeuwig te vergoodeh.1 Vorst Triton, fchiet ook toe op hemelfche geboodèn Of hij, die Hollandsch Kiel nog korts hier zinken zag Van onder Dedels voet; op dezen naaren dag, De zeven pijlen voor het zinken kon behoeden j Hij roeit de breedé Vin, waar waterbergen wocdetf Öp 't Pekelnat, of hij de Zee bedaaren kon. Hij wenteld zwemmende het logge lichaam*om ? Kiest de gefchubde huit en uitgefpreiden ftaarte, Op 't Water, of hij nog 't gebeukte Zeegevaartei Kon tillen uit de wel des brandings; of de Orkaan ■ ] Kon temmen, om de Kiel te hoeden voor vergaart J DaVrwas vergeefsch,zijn Magt gewoon de Zee te kemmèiv Met kragt van Vinnen, kon geen dolle golven temmen'. Des, duikelt hij vast voort en zwemt naar Hollandsch Vloot, Om 't geen nog redbaar is te helpen in den noot : Dan, daar hij overal de noodkreet uit gaat toeten öp zijnen Kinkhoorn, komt de Zeevoogd hem ontmoeten, A 5 Detz1

Sluiten