is toegevoegd aan uw favorieten.

Werken van de Maetschappy der Nederlandsche letterkunde te Leyden.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VEREISCHTEN in eene LOFREDEN. 233

ïs, voor zoo veel wy daartoe met ons verftand en denkenskragt kunnen opklimmen. Indien 'er dus eenig fterveling mogt gevonden worden , die met fcherpzinnigheid van verftand , met bezadigdheid van gemoed , met goedwilligheid , regtvaardigheid en dapperheid , en met alle andere deugden begaafd zijnde, ten nutte van 't menschdom heeft geleefd , deze wordt voor eene Godheid op aarde aangezien ,• het voordeel, dat van hem afkomt , wordt door aller mond verbreid , en zijn leven wordt als een voorbeeld ter navolginge aangeprezen. Oudstijds voldeed de dankbare nakomelingfchap aan de gedagtenisfe van zoodanige mannen , door hen als Goden te eeren, door hun ftandbeelden op te rigten , of ook wel door lofredenen by hunne uitvaart uit te fpreken. Wy zijn , om zeer goede reden , gewoon deze fchatting aan de deugd alleenlijk door loffpraken te betalen, welker kragt en aart in de aanwyzinge van de verhevenheid der deugd gelegen is, gelijk ten klaarften blijkt uit de naauwkeurige en volledige bepaling der lofreden , welke Jriftoteks gegeven heeft , en uit andere byzonderheden , over welken wy gehandeld hebben. Om egter al de voortreflijkheid en juistheid van die bepaling volkomen te begrypen , ftaat ons te onderzoeken welk oogmerk eene lofreden zich voorftelt, en welk werk zy eigenlijk te verrigten hebbe.

DERDE HOOFDSTUK.

Over het Oogmerk en Werk vm eene Lofreden.

Dewijl in die bepaling van eene lofreden , welke wy hebben voorgefteld, en volgens welke zy eene reden is, de verhevenheid der deugd aanwyzende , hare natuur en eigenichappen begrepen zijn, zoo Raat ons nu te

G g over-