is toegevoegd aan je favorieten.

Inleiding tot de kennisse der natuurlyke wysbegeerte.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Over de Harde Lichamen. gj

L. De waarheid van het laatfte is onbctwiftbaar: want zal 'er eene fcheuring gefchieden, zo moet 'er (hoe gering ook) eene zekere indrukking van deelen plaats hebben ; terwyl de deelen door het fcheidend vermogen van den anderen wyken. — Derhalven befluit ik , dat een volmaakt Hard Lichaam op geenerlcy wyze kan worden verbroken.

M. Ja wel. Ten minde door geen eindig

of bepaald vermogen , hoedanig onze , en andere krachten in de Natuur zyn.

Een volmaakt Hard Lichaam is dus onveranderlyk in zyne gedaante, in zyne uitgebreidheid.

L. Zoude ik uit het gezegde by gevolgtrekking niet veilig kunnen ftellen , dat 'er in de gant-fche Natuur geen volmaakt Hard Lichaam te vinden zy ?

M. Die gevolgtrekking zou te algemeen zyn.

L. Wel ! zyn alle bekende Lichamen niet bskwaam om van gedaante vetanderd te kunnen worden ? ——- kan gehard Staal ; zelfs de harde Diamant niet gebroken , gedepen , en tot deze of gene gedaante bewerkt worden.

M. Ja toch ! Alle bekende Lich amen.

hoe hard ook van aart , kunnen door eenige bewerking van gedaante verandejd worden.

Men kan dezelve breken , fleipen en eene begeerde gedaante geven. ■ De even opgenoemde foorten, ftrekken ten bewyze hier van. Dan

ik zoude uwe ftcliing niet teger;gefproken hebben ,