Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

*34 Botzing van Lichamen

Regelen VX, en YZ aan het Werktuig beweeglyk gemaakt zyn.

M. De Proef op de gemelde wyze toebereid hebbende, ligt ik met de rechtehand het Raam S tot de hoogte van den Wyzer P; en het ander R met de linkerhand tot deszelfs Aanwyzer O. Beide laat ik vervolgens op hetzelvde oogenblik los. —— Gy ziet dat zy gelyktydig bewegen , en elkander ontmoeten in het punt , alwaar dezelve te vooren in ruft hingen. Na de ontmoeting klimmen beide vereenigd tot den Aanwyzer Q; gevolglyk met eene fnelheid van 6 graden ; het geen Proefkundig te bewyzen was.

L. De Proef beantwoord aan het voorig bewys.

M. Laaten wy nu een tweede geval van Botzing zien.

,, Wanneer het Gebotfte eens zo groot van in,, houd is als het Botzende, zal alles gelyk-zyn ,, met het voorgaande Voorftel: uitgezegd, dat ,, de gemeene fnelheid na de Botzing zal zyn ge,, lyk aan de kleinfte gegeven fnelheid famenge,, nomen met een derde van de betrekkelyke ,, fnelheid.

De waarheid van dit Voorftel kan op gelyke wyze als het voorgaande worden betoogd, wanneer men geliefd in overweeging te neemen, 't

geen op hl. 216. bewezen is. Laat het

botzend 3 , en het te botzen Lichaam 6 oneen Gewigt hebben. —— Het eerstgenoemde bewege met ö, en het laatfte met 3 graden fnelheid. —

De

Sluiten