Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Over rë Gemiddelde Swelheïd. 20

cm dat ze de hoogte der genoemde oppervlakkige

Deeltjes boven zich hebben leggen. Wy-

ders dc Deeltjes, onmiddelyk hierop volgende, zyn met eene grooterc fnelheid bezield, neemendc de fnelheid toe, hoe dieper de Deeltje* gelegen

zyn. . Hieruit is het blykbaar, dat in dc uit-

geftrekthcid van het Gat CF GE; of liever gezegd in deszeifs hoogte CF, een zekere laag van Deeltjes moet gelegen zyn , welke met even zo veel grootere fnelheid bezield zyn , boven de fnelheid der'oppervlakkige Deeltjes , als dezelve met even zo veel mindere fnelheid dan dc Deeltjes op den Bodem of onderfte plaats gelegen, zouden voortvloeijen.

L. Wiskunftig waar. - Nademaal de fnelheid telkens toeneemd, hoe lager de Deeltjes gelegen zyn , zal men eindelyk tot eene uiterfte of grootflè fnelheid dunntn ; tusfcLen welke grootfte, en de kleinfle een midden moet zyn , welke even zo iveel grootcr is dan de klcinfte, als kleiner dan

grootfte iheiheid i».

fVfi Uitmuntend wel geredeneerd. — Deze fnelheid is ,.die1.men de gemiddelde fnelheid noemd.

Nu zal ik u leeren , waai'ter plaatze dezelve in de bekende hoogte van het Gat gelegen is.

,, De gemiddelde fnelheid is gelyk het f-'ge» deelte van dc grootfte fnelheid; eu bevinÜ.do» zich op gedeelte van de hoogte of dieptb des ,, Waters in het Gat der uitloozing. H

L. lüdjkï&'ÜQ de .'zin van dit.Vooiitctwjehiyfer'■') haan

Sluiten