Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

l6o BEGIN VAN EENE JAVAANS. HIST.

ik waarlyk een Zoon van Wisnoe ben, zoo helpen my de Dewas, dat ik mynen Vader mogen volgen! Korten tyd daarna bevond hy zich aan den Modderpoel , over welke hy niet komen kon. Daarop iprak hy weder by zich zeiven: indien ik waarlyk een Zoon van Wisnoe ben, zoo gelukke het my, over deze Brug te komen. En het geichiedde. Want wel haaft was hy voor de Poort, door welke hy niet henen mogt. Maar hy zeide, ten derden male: indien ik waarlyk een Zoon van Batara Wisnoe ben, zoo gelukke het my, ook onbefchadigd, door deze Poort te geraaken : maar zoo ik geen Zoon van Wisnoe ben, zoo verplettere my dezelve, (j) En ' weinig tyds daarna bevond hy zich reeds in den Hemel ; waar hy zynen Vader, voor Kee Goeroe, zag ftaan. Hy plaatfte zich weder achter zynen Vader,

ge'

O) Van zoodanige eene vervaarivke Poort, vinden wy ook gewag gemaakt, by Vir.gi lids. Lib. II. vs 562.

Porta adverfa ingens, foiidoque adamante columns: Vis ut nulla virüm , non ipli excindcre ferro Coelicolse valeant , ftat ferrea turris ad auras ; Tifiphoneque fedens, palla fuccinaa cruenta ;' Veftibulum inibmnis iervat noöesque diesque.

Sluiten