Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE G ft O O T E MAN. 205

latde om ;de hoop des Konings te vleien, de ftaat waar in ik ben, geeft mij recht om openhartig te zijn: ik gevoel al de waarde der verbindtenis, welke mij voorgefteld wordt, en hoe hoog mijne rang ook zij, ik erken het, 't voegde mij geenszins op die eer te boogen ; ik eerbiedig en bemin Gustavus als mijnen vorst; maar is de eernaam van Koning in ftaat, om een gevoel te doen gebooren worden.... 't welk een ander... Ja ik kende het voorwerp reeds, eer ik Gustavus zag en 't zal altoos over mijn hart heerfchen tot aan mijne laatfte zucht. . . — Een ander Mejuffrouw !. — verfchoon mij eene opheldering, welke mijn tederheid, en mooge. lijk mijnen hoogmoed kwetfen zoude, 't is genoeg dat ik u herhaale , dat ik flerve, en dat ik het, in dat uiterfte, mij geoorloofd geacht heb, eenige woorden te] fchrijven... deze brief zal u onderrichten... lees denzelven als gij van hier vertrokken zijt, wees verzeekerd dat de glans van den troon mij nimmer verblind heeft, ik wenschte een' zachter een gelukkiger lot... dan de Hemel

wil

Sluiten