is toegevoegd aan uw favorieten.

Leven der Nederlandsche dichteren en dichteressen.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

7o LEVEN van

gedenkt de Hooggel. Heer W. te Water, in zijne hier voor nog eens aangehaalde Historie van het Verbond der Nederlandfche Edelen l, D. bl. 36. aan een Latijnsch Tractaat, genaamd: Admonitio ad orbis terra; Principes, qui fe fuosque falvos volant 1587. — Misfchien is dit een laater druk van, en dus hetzelfde met dat, daar Foppens 1. e. van gewaagt , onder den tijtel van Germanice cujusdam Nobilis, &f £f Patrio) amantis Viri, commonefactio ad ferenisf. Re ges, Principes Sc. de Reipubl. Christiana fatu , atque incolumitate confervanda;, voegende daar bij „ dit ftuk is zonder naam 1583 in 't licht gegeeven, doch wordt door Lipfius, „ Bor, enz. aan Aldegonde toegefchreven ".

Thefes aliquot de Ecclefice, atque Ecclefiasticarum Traditionum x^nripia, feu certa norma & de yerborum Christi in Eucharifia> facramento vera genuina interpretatione. Dit geevt ons de meergemelde Foppens op, zonder melding van formaat, jaartal of plaats enz. Doch de zaak is

dee-

de Autheur was van veele flimme boekskens tegen hunnen Koning. Men zie Bor Nederlandfche Oorlogen i. D. 7<*c B. bl. 482. — Ja ook Marnix bevestigt zulks niet onduidelijk in een briev aan Jdr. vander Myle, te vinden in Epift. felect. lllujlr. Claror. Virorum L. B. 1617. Daar hij p. 694. dus fchrijvt: Nos iiteris fcf libellis, quantum posfumus eorum [fcd. Brabantinorum, flandrorum &c ] animos ad libertatis fiudiitm accendimns.