is toegevoegd aan uw favorieten.

Verhandelingen van het Genootschap ter bevordering der heelkunde, te Amsterdam.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

40* 0. P. SWAGERMAK. . WERKTUIG

ke dikmaals een lang tijdverloop vorderen; zodanig was het ook met mij gefield, wanneer ik eindelijk mijne gedachte vestigde op de Cajenfcht hars : maar toen volgde de vraag, hoe dezelve tot zulk een werktuig te vormen?

Ik had voorheen wel fleschjens van dezelve bereid gezien, doch deezen waren, uit hoofde hunner kleinheid, niet tot eene genoegzaame grootte uittezetten, om aan 't oogmerk te voldoen; evenwel bekwam ik er een van middenbaare grootte, die, bij vergelijking met anderen, vermits ik vergeten had te meeten hoe veel vochts er in kon, naar gisfing ruim vier oneen waters heeft kunnen houden: naderhand heb ik er gekreegen die veel grooter waren , en welken om hunne zwaarte van geen' dienst konden zijn: ten einde dan zodanig fleschjen tot het gemelde gebruik bekwaam te maaken, vulde ik hetzelve met oude groene erwten, en bevochtigde dezelven twee maaien daags niet regenwater, om ze rasfeher te doen zwellen; daardoor werd de buik der flesfche trapswijze , maar zeer aanmerkelijk uitgezet: zoo dra ik deeze uitzetting oordeelde genoeg te zijn, ontledigde ik het fleschjen, en bragt, in deszelfs hals alleen, een^linnen zakjen, 't welk ik wederom met erwten opvulde tot aan den mond, dien ik, om derzelver uitvalling te beletten, met linnen overdekte : om den derden dag vernieuwde ik de