Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

RIDDER-TOON EELSPEL. 29

crekken — buitendien ziet hij 'er zoo zagtmoedig uit!! en als hij zijne handen met bloed bezoedeld heeft, wast hij die in wijwater weder af. — Daar ftaan tweevogelkooijen! dat zijn zijne lijfflukjes! De hemel weet hoe meenig eerlijk man daar reeds in opgellooten geweest en jammerlijk omgekomen is. De laatfte gevangenen, die 'er gezeten hebben, waren een koopman en zijne vrouw; maar deeze waren hem te flim, — wisten behendig het flot open te krijgen en te ontvluchten.

MENO.

Is 't mogelijk, fluit hij daar menfchen in. We'k een ongehoorde wreedheid!

KLOP.

Nog meer! herinnert ge u den kleinen Baldon ?

MENO.

Hij was een bekwaam vogelaar.

KLOP.

En vrij knap om honden te dresfeeren. Hijfloeg den favoriethond van den graaf dood, omdat de bulbijter zijn hond gebeeten had. — 't Was zeker niet wél van hem gedaan; maar zulk een ftraf voor 't doodflaan van een hond, denk eens, heer graaf! hij liet honden op hein aanhitzen, en zijn hoofd op een Haak zetten.

MENO.

Affchuweüjk!

K LOP.

Sluiten