Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

30 Wis- en natuurkundige

dat S is : TV 991 en ook dat GT is: V (ald.) derhalven hebben wy S x V: GT2V of S: G x T2 en gevolglyk hebben wy S: G:: T2 : 1; wanneer dus de reden van S tot G gegeeven is , zal ook de tyd T eene gegeevene , of altyd de zelfde grootheid zyn; indien dan G de Veerkragt, en S de ruimte is , welke door die kragt doorgeslingerd wordt, zo zullen , hoe deeze grootheden ook moogen verschillen, indien zy maar de zelfde redenen tot elkanderen houden, alle slingeringen van 'de Veer galyktydig zyn , dat is, in gelyke tyden volbragt worden.

2333. Ter verdere ophelderinge van de overeenkomste der beweegingen van Slingers en Veeren stellen wy Aa (Fig. 2.) een Veer of een uitgerekte veerkragtige draad te zyn, vastgemaakt aan het einde A; stel dat zy aan het andere einde uit haaren natuurlyken of loodregten stand getrokken worde, door eene Lyn, gaande over een Katrol B met eene Schaal C aan het einde, en leg 'er een Gewigt in om de Proeven te doen. Stel dan dat wy een dragma in de Schaal C leggen, het welk den draad of de Veer uit den stand Aa in den stand Ab brengt; en dat wy 'er nog een dragma by doen, het welk die in den stand Ae brengt; en dat een derde dragma in de Schaale gelegd de Veer in den stand Ad trekt, en zo vervolgens zo lang als zy haare regtlynige gedaante kan behouden ; dan zullen de ruimten aAb aAc aAd zyn als 1, 2, 3; dat is als de bygevoegde Gewigten, welke de Veer in die standen houden ; dewyl derhalven het veerkragtig vermogen van de Veer by a, b, c mede als deeze Gewigten is, en gevolglyk als de ruimten, door den draad doorgeloopen, dat is, als de kleine regthoekige driehoeken aAb, aAc, aAd, zo volgt dat de draad iederen van deeze driehoeken in den zelfden tyd beschryven zal ; en dat dus alle slingeringen zo lang als hy regtlynig blyft, in gelyke tyden zullen volbragt worden.

2334. Maar wanneer wy 'er nog drie dragmen by doende, den draad in den stand Ae getrokken, en den zelven

daar

Sluiten