Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

130

J. SPRUIjT, WAARNEEMINGEN.

dere onderfteuning, een wèlfluirend verband aan: na eene oppervlakkige aifcheiding van het ontbloote been , genas de lijder , zonder verdere toevallen, in den tijd van vijf weeken (x).

In 1736, kreeg een jongeling, van een hoogte op de ftraat nedervallende , een aanzienlijke wond in de bekleedzelen van het voor- en opper-hoofd, met ontblooting van het been: van esch geroepen zijnde, zuiverde eerst de wond , en bragt daarna der» zeiver randen , die een weinig gezwollen, en aanmerkelijk terug getrokken waren , zo na aan elkander als hem doenlijk was, en ondcrfteunde ze dus door eenige ftrooken kleefpleister, verbond verder met de balf> copau va , een behoorelijk verband, en deed eene ruime aderlaating: de lijder llaaperig zijnde, met braaking en hoofdpijn , werd den vijfden dag , ten tweedenmaale adergelaten, en een laxeermiddel toegediend, met dat gevolg, dat de toevallen verdweenen, en de geneezing in ruim veertien dagen volbragt werd

(x) p. van esch, Heelk. Waarneemingen, bladz. 186. Gouda 1772.

(3) Ibid. bladz. 189. 1

X * ■ -- '' -

é

Sluiten