Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Amerikaanfche Indiaanen. 25

kragt bijtezetten , fchoon hunne taal ongemeen kragtig en vol alleriterkfte uitdrukkingen was, en zoodaanig als het ftoutst hart met fchrik zou hebben kunnen vervullen, floegen zij, op het eind van eiken volzin, hunne oorlogs-knodfen met zoo veel geweld tegens de ftaaken van mijne tent, dat ik alle oogenblikken verwagtede dat zij op ons zoude nederftorten. Naardien elk hunner , in het rond dansfen, mij voorbij kwam, hielden zij hunne regterhand boven hunne oogen en keeken mij, terwijl zij digt naar mij toe kwa» men, ftrak in het gezigt, hetgeen ik niet als een teken van vriendfchap kon opvatten. Mijn volk achtte zig verloren en ik, voor mij, beken dat ik nooit bij enige gelegenheid zoo zeer bevreesd ben geweest.

Toen zij hunnen dans ten naasten bij geëindigd hadden, bood ik hun de vrede-pijp aan, maar zij wilden die niet aanneemen. Toen fchoot mij, als eene laatste toevlugt, in te beproeven wat gefchenken zouden uitwerken ; ik nam dan enige linten en fnuisterijen uit mijne kist, welke ik hun voor leide. Deeze fcheenen hen in hun befluit te doen wankelen en hunnen toorn enigermaate te ftillen; want eene raadpleeging met elkanderen gehouden hebbende , plaatsten zij- zig op den grond neder, hetgeen ik als een gunftig voorteken befchouwde. Hier in bedroeg ik mij B 5 ook

Sluiten