Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

32 Van de jagt der Noord-

Als zij alle op hunne posten zijn, Iteeken zij her. gras, dat op dien tijd lang en dor is, in brand, wanneer deeze dieren , die zeer bang voor vuur zijn , in allerijl voor hetzelve vlugtendé , in groote menigte in een kort bellek bijeen gedreven worden, en dan kan 'er naauwlijks een ontfnappen.

Zij hebben verfchillende wijzen van den eland, het hert en het rendier te jaagen. Somtijds zoeken zij hen op in de bosfchen , in welke zij zig, geduurende de geftrenge koude, verfchuilen, en daar zij gemaklijk van agter de boomen gefchoten worden. In de Noordlijkite luchtltreeken neemen zij het voordeel van het weder te baat om de elanden te dooden; als de zon even zoo veel kragt heeft om de fneeuw te fmelten en de vorst in den nagt eene foort van korst op de oppervlakte maakt, valt die dier, dat zwaar is, met zijne pooten 'er door, en kan 'er zig bezwaarlijk uit redden; op dien tijd wordt hij dan ook ras agterhaald en gedood.

Sommige natieën jaagen deeze dieren op eene wijze, die gemaklijker en vrij van gevaar is. De jagers bende verdeelt zig in twee partijen, en, eene plaats uitgekozen hebbende op den oever van eene rivier, gaat eene der benden t' fcheep in hunne kanoos, terwijl de andere zig op het land in eenen halven kring vormt, welks punten

Sluiten