Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hoornachtigs en kalkaartige knobbels, f

ontlteeking, uitgezonderd eene enkele fcheur of barst, zo men die daartoe mogt willen rekenen.

Cel sus, van de Leuce of Lazarij fpreekende (V)> zegt: « De opperhuid heeft veele vlek„ ken en is zeer opgezwollen, de roode kleur „ verandert langzaam in eene zwarte; het vel is „ geheel en al ongelijk, dik of dun, hard of „ zagt en ruuw, gelijk als vischfehubben." Met deeze befchrijving had ook ons geval geene overeenkomst; want de huid was niet rood of zwart, dikker of dunner, noch harder noch zagter dan naar gewoonte; alleenlijk kwam het met het fchubachtige of als vischfehubben, aan fommige plaatzen, overeen.

Paulus 4ïgineta (O, zegt: „ De Me„ laatschheid loopt de opperhuid geheel om, en „ verteert dezelve, en doet als vischfehubben „ ten voorfchijn komen." In mijn befchreven geval was het gebrek de opperhuid wel geheel bijna overgelopen, maar niets van dezelve was daar bij verteerd, en kwam ook, op die wijze, niet ten voorfchijn.

P. alpinus (<j), zegt: „ Daar is eene me„ laatschheid , in dewelke de lijders zeer mis,, maakte groote voeten hebben, en welke vol

(e) 3de Boek, 25de Hoofdftuk. (/j 4de Boek, 2de Hoofdftuk. (<?) Medicina /Egypftorum, 15de Hoofddeel, pag. 55A 4

Sluiten