is toegevoegd aan uw favorieten.

Verhandelingen van het Genootschap ter bevordering der heelkunde, te Amsterdam.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

aangezichts' en hals wonden» ?9

van één gefcheurd waren, bij de wang nederhingen. De Heelmeester schouten deezen lij» der onder zijn opzicht krijgende, heeft terftond het verftorven oog, met alle deszelfs bijhangende verfcheurde deelen , voor het grootfte gedeelte met eene fchaar weggenomen ; eenige brokken van het zeef been, en a a 3 van het wiggebeen , die nederwaards ftaken, met een korentang opgeruimd; het vermorfelde en ontbloote been mee fijn plukzel belegd; het onderfte nederhangend ooglid op zijne plaats gebrage; dit alles met wieken, die met eene ettermaakende zalf belrreken waren, en met eene'pleister van vigo bedekt, belettende het nederzakken des ooglids door kleine compresjens en een zagt aanfluitend verband, waarna hij den lijder eene kleine aderlaating deed, en op de toevallen naauwkeurig acht gaf. Het rechter oog was onbefchadigd.

Den volgenden dag het verband losmakende; bevond hij eene beginnende verettering, waardoor de uithangende vezelen van de verfcheurde gezichtzenuw, en die van het derde paar hersfenzenuwen begonnen af tefcheiden; verbond hem verders als te vooren, met dit onderfcheid, dat hij het ontbloote been met een opdrogend poeder bedekte, en het voorheen omgekeerd ooglid1 door eene maatige fluiting opfchortte, verbiedende den lijder in de open lucht te komen.