Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

F"1 DEEL.

De Veranderingen aan de Maan.

DArt. I. E Maan is eenen ronden Bol, veel kleinder als den Aardbol, en den Aardbol veel kleinder als de Zon: de Maan is veel digter by de Aarde als de Zon. De Maan geeft van- haar zelve geen licht, het licht dac wy daar aan zien, ftaande altyd naar de Zon toe, is den weerfchyn van de Zon; de Zon befchynt altyd de helft van de Maan: hoe het gefchied dat wy die niet altyd zien konncn, zal uit het vervolg blyken.

II. De Maan, gelyk in het L Deel No. 18 gezegd is, heeft ook tweederlei beweegingen om den Aardbol; een dagelykfche van Oost naar West, en een maandelykfche van West naar Oost: gelyk de Zon den Zotiiac doorloopt in een Jaar, zo doorloopt de Maan denzelven in een Maand , of eigentlyk in 27J dag, vervolgens doorloopt zy alle dagen ruim 13 graaden; en alzo de Zon dagelyks één gr. in denzelven doorloopt, zo loopt dan de Maan van dag tot dag over de 12 graaden de Zon vooruit van West naar Oost : gelyk men dat ook ziet, dat de Maan, van de Nieuwe Maan tot de Volle Maan, alle dagen verder van de Zon afftaat ten Oosten, en van de Volle Maan tot de Nieuwe Maan, alle dagen weer nader by de Zon komt ten Westen.

III. De Maan dan alle Maanden eens den Zodiac doorloopende, en de Zon maar eens in 'tjaar, alle beide van West naar Oost om den Aardbol; zo moet de Maai\ ftaande digter by de Aarde als de Zon, noodzaakelyk* alle Maanden eens onder de Zon doorpasfeeren': het tydftip, als de Maan onder de Zon komt, noemt men ConjunElie , of Nieuwe Maan; zynde als dan de Maan en de Zon in denzelven graad, volgens de lengte van den Zodiac,

IV. Als wanneer het nu Conjunctie of Nieuwe Maan is, zo is dan de Maan tusfchen ons en de Zon, of wel, onder de Zon; dus word dan de bovenfte helft van de Maan befcheenen, die wy nooit zica kunnen;

B 3. vey-

Sluiten