Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

BOUWKUNDE. 417

i, des tichels, inet eene cierlyke kromming ti overboogen, zo dat zydoor haare grooter en 4, kleinder overhangende bladen, ten eenenj, maal den algemeenen Zweem van zodanige

Loofbladcn vertoonden , als men heden,, daags gewoon is aan die kap'iteelen te maa-

ken,dlemenC«-/ff/foycfenoemt. Wanneer nu ,, dit gevallig fchoon, by 't Voorbygaan doot

den Corinthifchen BouwmeesterCallimachus it gezien wierdt, heeft hf niet zónder opmer„ kihg in acht genomen, hoe hem de natuur, 3, als 't ware, een middel aanwees, om de

kunst door eene nieuwe verciering te baat

te komen, zo dat hy dit zyn gezigt zon., der uitftel, op een fchryftafeltje afteeken-

de, en door eene geestige toevoeging en

verplaatzing tot een kapiteel bragt". Tot zo verre luidt de vertèlling van Vitruvius, die men egter niet hooger dan voor eene wel verzonne vertelling moet öpneemen; maar ik heb niet kunnen naalaaten Ul. dezelve hier by te brengen, en op eene afteekening, welke ik Ül. van de vyf Bouwörden ter hand zal nellen, ook deeze toevallige wyze van vinding des Corintifchen kapiteels, naast de Corintifche orde te plaatzen.

Kornelis. Zullen wy eefte afteekening der Bouwörden van UE. ontvangen ? Myn Heer! Ernestus. Ik heb eene zo naauwkeurige teeFf a ke-

Sluiten