is toegevoegd aan uw favorieten.

Catechismus der weetenschappen, schoone kunsten en fraaije letteren.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

23<5 BOEKBEOORDEELKUNDE,

ingericht waren; zy zullen zeekerlyk veel van de onzen verfchiïd hebben?

Ernestus. Niet zo veel als men in den eerften opflag wel zou meenen. 'T is waar, de Boeken konden in een kleiner plaats geborgen worden, wyl ze meest uit fmalle rollen heftenden, die nevens elkander gezet zynde, weinig plaats befloegen; maar de vertrekken of zaaien, waarin zy geplaatst waren, hadden toen reeds, wat derzelver inrichting betrof, veel gelykbeid met onze openbaare Boekeryen. Het waren meestal zaaien die hun licht van den Morgenzon ontfingen , en tegen het Oosten gebouwd werden ; verguldiel werdt ter verfiering deezer plaatfen, niet gebezigd; de grond derzelver was meestal met groen Marmer bedekt, ten einde het gezicht te onderfteunen; de wanden waren met elpenbeen en glas belegen. De Boekenkasfen (armaria. pegmaia), die meest van Cederenhout of Elpenbeen vervaardigd waren, met hunne vakken (uidi, foruli, iocuiamenta ,~) gelyk ook de Leezenaars (p/utei) en de Zitbanken (C«. nes), waren ongetwyffeld in 't midden deezer zaaien geplaatst; tot fieraad plaatfte men, gelyk nog heden gefchiedt, de Beeldtenisfen van Goden, voornaame Mannen, Wysgeeren en Dichters, op en tusfehen de Boekenkasfen,

Zulk