is toegevoegd aan je favorieten.

Gedichten.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

i~2 H U W E L Ij K S Z A N G E N.. Noch wijngaard fnoeide; cn echter overvloed Van alles hadt, tot ftreeling van 't gemoed: Toen yder plukte, en niemand ergens zaaide: Toen niemand meêr dan voor zijn nooddruft maaide : Toen 't water van fontein en klaare beek In zoeten fmaak voor melk noch honig week. ö Gouden tijd! hadt liefde ons niet begeeven, Wy zouden noch in uwen rijkdom leeven. o Liefde! was het menschdom u niet kwijt, Wy leefden noch in deezen gouden tijd. Gy, die uw licht verfpreidde in alle harten, Verdoofde 't zaad van onlust, zorg en fmarten,, Dat welig bloeide, en rijklijk vruchten droeg, Zoras de mensch u uit die plaats verjoeg. Gelijk de kunst van meesters, wel ervaaren In 't zangkoor van Apollo, veele fnaaren Doet dienen tot volmaaking van een' toon, Die zelfs het oor kan ftreelen van de goön: Zo fmolt weleer de liefde duizend zinnen Tot éénen zin: een algemeen beminnen,

Ee>