is toegevoegd aan uw favorieten.

Proeven van poëtische mengelstoffen, door het dichtlievend kunstgenootschap onder de spreuk: Kunstliefde spaart geen vlijt

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

PRIJSFAARZEN. 77

Van waar, ó Kunsrgezinde fchaar, De liefde en roem der Zanggodinnen!

Van waar die onlust dan? Van waar Die dof-, die vadzigheid van zinnen?

Hoe! gij, BataafTche Dichtrendrom,

Gij bleeft tot twee-, tot driewerv' ftom, Daar Dichtkunst, door haar Keurelingen,

U tot den wedzang roepen deed!

De kroon der zege was gereed, En gij! — gij weigerdet te zingen!

Waar, wakkren, is die ijvergloed, Die eer de boezems plag te ontileken?

Ach! vraagt naar de infpraak van uw bloed: Het zwijgt nog; — maar 't verlangt te fpreken.

't Neemt reeds die drift, die veerkracht aan,

Waar mede 't u het hart deed Haan, Den boezem zwoegen, zwellen, rijzen,

En oog en voorhoofd ftelde in brand;

Om Godsdienst, Dichtkunst, Vaderland,

Om 't waardigst, om 't volmaaktst te prijzen.

K 3 Gewis;