Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

M E N G E L S TOEFEN. 157

Den glans, het voordeel aan die waardigheden vast;

Maar, teffens ook den pligt, de doornen en den last.

En daar zij 't alles naar den juisten eisch ontleeden,

Vertoont Cléant allengs zijn diepe kundigheden:

Ja! 't bleek, hoe fterk getoetst, dat hij ervaaren was

In.'t geen een' Staatsman of een'Rechter koomt te pas:

Dus vindt de braave man, verheugd en opgetoogen,

In zijn verwachting van Cléant zich niet bedroogen.

Men drinkt een glaasje wijn. de vrouw van'thuis koomtin:

Zij had een kort bezoek gehad van een vriendin,

En zeerveel nieuws gehoord, dat fchaars veel goeds kan wee

(zer:

De naafte wordt toch meer gelaakt, dan wel gepreezen. Maar nu, op elk verhaal trekt ftraks, Cléant partij, Terwijl haar man zegt: kind! wie weet of't waarheid zij?

Hierop wordt aangefcheld: een dorpeling kwam klaagen Dat hem zijn buurman hadt beftoolen en geflagen. Zijn dorp behoorde tot Aristus heerlijkheid, En dus beveelt hij, dat men ftraks hem binnen leidt. De man was glad van tong: hij doet, met fchijn van reden Een uitgebreid verhaal van, 't geen hij had geleeden;

V 3 Hij

Sluiten