Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

33 P R IJ S VA A R Z E N.

Gij nijvre bijën die alöm Moet honig voor de grooten gaéren»

Gij wellust van het godendom; Zoudt gij ook op dien eerkrans ftaaren? . Gij, die.door onvermoeide vlijt,

De fteunfels van 's Lands welvaart zijt, Gij mollen die uw graf moet vroeten!

Wordt u die glorie niet vergund, Ontzink dan aarde aan onze voeten,

En rust in vaster middenpunt.

* * * *

Hoe hoog gij zijt in Ievensftand, Hoe needrig in het ftof geboogen;

Is liefde tot uw Vaderland De fterkfte drijfveer van uw poogen,

Heeft deze deugd uw hart verhit,

Ziet gij het alleredelst wit, Het heil des Volks voor oogen zweeven,

Verëenigd met uw zelfbelang; Gij zijt in 't nuttig burgerleven

Verheven tot den hoogden rang.

Hier

Sluiten