Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

%6 PRIJSVAARZEN.

6 Eedle ziel! onftoflijk wezen :

Roem vrij op uwe onflerflijkheid: Gij doet uw eindloos aanzijn leezen,

In 't Beeld der hoogfte Majefteit: Gij naar dat heerlijk Beeld gefchapen, Zult met geen brosfche klei ontflaapen —

En zij, die u ter wooning ftrekt, Mooge u in 't ftof des doods begeeven, Maar zal met u onfterflijk leeven,

Wanneer Gods ftem de dooden wekt.

Ja zij, met u op 't naauwst verbonden, ' En deelgenoote in ramp of vreugd,

Loopt telkens met u, 't pad der zonden, Of volgt den fchoonen weg der deugd:

Het zelfde lot, een poos gefcheiden;

Zal des, in de eeuwigheid u beiden — Geen dood fcheidt u voor eeuwig af, ó Stoflijk deel! hoe ver vcrvloogen ■—

Of twijfelt ge aan Gods Alvermoogen, 6 Mensch! daar 't u het leeven gaf.

Kan

Sluiten