Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

M DE BEVREDIGDE VYANDEN,

TWEEDE BEDRYF. EERSTE T O O N E E L.

de marqüis alken. Etst is te fpa.Je, en wy zien ons belet in 't vluchten Montford doet ons op nieuw wéér in zyn boeijens zuchten Zyn wraaklust kerkert ons in een gevangenis, Waarin de dood zelfs doof voor myne klagten is. Die trotze wreedaard/., och! in welk een zee van rampen Laat hy ons met een ftorm van yslykheden kampen! Al myn ftandvastigheid verliest byna haar kracht. Adelaide! waar ziet gy u toe g.bragt? In welk een'afgrond van ondraaglyke ongenuchten, Doe ik u, door myn fchuld, de grievendfte acgften duchten ? Rampfpoedige als ik ben! Helaas! ik heb, te ontzind Door myn' getergden haat en vyandfchap verblind De dringende infpraak van de wraak gehoor gegeev'en En, door die infpraak, tot verwoedheid aangedreeven' Ondanks de Hem van 'c hart, aan deze drift voldaan '

Die my, en myne telg, maar al te duur zal (iaan. ' Myn Dochter! waarom kost ik niet vooruit bezeffen Dat, voor myn misdaad, „ een zelfde firaf zon ^

Dol-

Sluiten