Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

47S VERKORTE VADERLANDS CHE,

XVII. en z'jne verkeeringe te laten blijken: in de ui ter. acDi Hjke kerkzeden ftelde hij weinig gewigts, hef• = welk hem in Engeland eénige vijanden maakte s alwaar ook zijn edele en wijze voorflagaan bec Parlement, om de Bisfchoplijken en Presbyterianen met eikanderen te vereenigen, hem, in Londen alleen, zegt de I leer n. witsen , wet tagtigduizend menfchen verliezen deed: hij hieldt de voldrektheid der Godlijke befluiten voor ontwijfelbaar, en dezelve voor den grond

van het geloof in eene voorzienigheid: :

voor de Kerklijken in het gemeen toonde hi} Itleene achting, en verklaarde, zich altoos rondelijk voor het verdragen van allerleie gezindheden in den burgerftaat : in Engeland heefthij de veranderlijkheid des volks genoeg beklaagd, gelijk hijze ook wel voorzien hadt, en buiten Lands hadt men zulke kleene gedagten van zijn gezach aldaar, dat men hem Stadhoudervan Engeland en Koning van Holland noemde:: en, zeker hier was zijn gezach zo hoog gefteegen, dat veelen van den Staat, zonder zijnen adem, zegt witsen , niets durfden aanvangen: van dit gezach hadt hij, bij den aanvang zijner Regeeringe, zich bediend om zijne vrienden, of zulken die hij daarvoor hieldt, alom op het kusfen te helpen; ook deed hij zich, in Gelderland, Utrecht en Ovérijsfel een zeer onbepaald gezach opdragen over de beftelling der Regeeringe: de handeling over de opdragt van bet Hertogdom Gelder en van het Graaffchap Zutphen, deed fommigen vermoeden dat zijne "Hoogheid naer de opperde magt van de Landen Hond, en dit vermoeden fchoot diepe wortelen in groote Steden , die het tegenkanj tcij^

Sluiten