Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

24 DE MAN VAN VEERTIG JAAREN,

jong, ryk, vol vuur, wetenfchap en fmaak; «'winters in de flad, aan 't hof, bemind, benyd , overal gezocht, de ziei der gezelfchappen; des zomers op het land, met onze kleine famielje, de hofmeester en gouvernante; dan bezoeken wy papa van Wiefen zeer vlytig, klimmen af tot onze landbouweren, flichten een roozenfeest, of zo iets diergelyks.

van wiesen, met verborgene ontevredenheid. Alles zeer fchoon, heer kamerdonker. — Ik ga uw' vader zoeken, opdat hy in uw vreugde dele.

de kamerjonker.

Ga, ga! ik fta 'er u voor in, dat Julia iutusfehen de tyd niet lang zal vallen.

NEGENDE T 0 O N E E L.

julia, de kamerjonker. de kamerjonker.

Wel nu, myn lieve kleine! zyt gy te vreden?!

julia.

Maar zeg my, om s'Hemels wil, wat d.'t alles wil zeggen.

de kamerjonker.

Wat dit zeggen wil? een gappige vraag! Men bekroont onze wenfehen, men huwt ons ran elkander.

ju-

Sluiten