Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

*WEDE BRIEF van Dï. van MARUM, aan ©en

HferIEAN INGENHOUSZ, behelzende enige Proefnemingen en Aanmerkingen omtrent de werking van tle Sapbwzen der Planten, waar door derzelVer Sappen worden opgeheven en omgevoerd.

( Uit 'het Fransch vertaald. )

„'■' ,'11 >j •!. *MA as t<$tiSWfl* nob-wtii...

!1° 1 >-t--- 01 ' oj rj-is asv n9«3in'!f"

« n,„ tth virh veel moeite gegeven heeft, om noor uwe

aangenaam zoude zyn » Jg| r4 . Sezen Zomer m't werk hefo^ommi1 en van dat geflagt van 'Planten welkee „ Srfc of melkachtig fap uitgeven, wanneer dcrzelver voeht- of

Waarbaar ve fchynzel g biev | uit bcflisrtf„dc on-

S voehten "> de Planten uit gene der dus verre veronderftclde Ïorzak Ï ver laard koude worden, en hier uit her, ik dc navolgende gevolgtrekking afgeleid, welke aan het eind dezer \ci-

' ïuandameffe atribuendam, ,u* abforpto* humoresprot n<daj " ZrTs llam tarten, nu* minorem ojert refifienuam. ü_u«" ri auZp ma }Jiol ,nquirendum reflat. Diametro al

* Tm re^videtur. Utrum vero h<ec voforum contraStn « orTaturavi 9uadam contraEtili ipfis inftta 9u* a contra£ti " Ttate vafirum ammalium non diverfa ejl, an vero ab ah, " Zdamvafvrum frultate derivanda, haudfacie determmar " KT—- Het is zeer waarfchynelvk, dat 'er m de fapbui " zen dér Planten ene zekere werking plaats hebbe die de op

* 'eLpte vochten voortftuwt naar dien kant, die den minlte: " tejenftand bied. Welke echter deze werking, zy ,.blyft te " nafporing overig. Het Tchynt vereischt te worden, dat _d " Saobuizen der Planten zich beurtelings toetrekken, en Zïe! "daar na weder verwyderen, en dat de daar in begrepe: " faDDen op deze wyze voortgeduwd worden van het ene ge " deelte der buizen .na het andere. Of echter deze toetrekkm " der buizen ontftaat van een zeker daar in gelegd vermogen " het welk van dat vermogen, waar door de bloedvaten de " dieren zich toetrekken {irritabiliteit), met verfchilt da " of dezelve van enig ander onbekend vermogen der Plant " buizen is af te leiden , zal niet gemakkelyk te beflisfe

« m.

(*) De motu fluldorumïn plsntis, experimentis et obfervationibi indagato. Gron, 1773.

De ftelling dat de Fapbuizen der Planten irritabiliteit bezit!ten, eri dat deze de oorzaak van dc opklimming en voortftuwing der vochten of fappen is, kwam my, zedert dien tyd,altoos als zeer waarfchynlyk voor; te meer, daar 'er zo vele verfchynzclen en waarnemingen zyn, die leren, dat zommige 'Planten inderdaad in'hunne bladen en 111 hunne helmtjes (antheree), ene zeer zichtbare irritabiliteit hebben, en waar van ik reeds ene korte optelling gegeven heb , in ene andere Verhandeling over dat onderwerp, in het zelfde Jaar 1773 uitge*» geven. ;ótj

Tk heb zedert niét zonder enig genoegen gezien , dat de beroemde 'rGcnecffci-c Wjsgeer Bonnet, verfchciden jaren na de uitgave myner gemélde y.erjisndeling,, dezelfde ftdhng heeft aan» | genomen. Tly klaart zich daar omtrent in ene Aantekening ,van zype Cantcmplat'ion de la nature, in 1781 in 't licht gekomen/, tt) ' hebbende , in de voorgaande uitgaven van dat werk, i de opklimming van de Sappen der Planten .alken tocjrèfchreven aan de aantrekking der fapbuizen , aan de wcikiiig der luchtbuizen, en aan de uitwaasfeming door de ilad.cn ; oorzaken, wéllier .ongenoegzaamheid ik in myne voorgemelde Verhandeling heb aangetoond.

Toen ik nog te Groningen woonde, alwaar ik gelegenheid had my ter verkryging van meerdere Natuurkennis der Planten byzonderlyk toetcleggen, verlangde ik dikwyls een middel te vinden , om deze veronderfteldc irritabiliteit .vs-n de fapbuizen der planten aan de buizén zeiven waar te nemen ; gelyk men dezelve in de bloedvaten der dieren heeft aangetoond. Dan fchoon ik deze buizen in een groot getal Planten door vergrootglazen heb nagegaan, en wel byzondcrlyk in de zulken, die de grotfte buizen hebben, zo als de grotere Inlandfche Waterplanten, héb ik-ze echter nergens wyd genoeg gevonden, om 'er foortgelyke proefnemingen op te doen, door welken men de irritabiliteit, van de bloedvaten der dieren ontdekt qn bewezen heeft.

Het uitlopen van wit of melkachtig fap, uit de doorgefneden of gekvvetfte (lengen van zommige Planten , fchynt wel onbe1 twistbaar het uitwerkzel te zyn van de, tü'etrèkking hunner fapbuizen, vermits, indien de buizen, die dit fap bevatten, de1 zelfde raiddellyn behielden, 'er dan gene reden zoude zyn , waar? om zry niet al het fap, het geen zy bevatten, behouden zou-', den. Deze uitftorting van het fap, uit de doorgefneden fapbuizen, ■ der Planten , kan dus te recht met de bloedftorting uit kleine' 1 doorgefneden bloedvaten van' het dieflyk lichaam vergeleken f worden; vermits men weet, dat .deze bloedftorting insgelyks' : het uitwerkzel is van de teetrekking dier bloedvaten, en dat 1 wel van die zelfde toctrekk:- g, die bekend is de enige oorzaak 1 te zyn, welke, door hare beurtelingrcbe werking, het bloed dooide kleinere bloedvaten van het dierlyk ligchaam omvoert. Dan r of de toetrekking van de fapbuizen der planten van dezelfde \ oorzaak a'fhange, als die der dierlyke bloedvaten, is ene vraag, r die niet gemaklyk te beflisfen valt.

1 Dc irritabiliteit, of dat vermogen, het welk de dierly-ke fpier- ' ve'zelen hebben van zich tc verkorten, wanneer .''zy geprikkeld 1 i worden, is bekend de oorzaak te zyn van de toetrekkina der

Ibloedvaten, die tot dat oogmerk van een uit dwarfche fpierveze-

3 I (*y ColleHion complete des Oeuvres de Ch. Sonnet. Editie van Neaj chatel, in ^to. 4de Beel, pag. isj>.

Sluiten