is toegevoegd aan je favorieten.

Bylaagen van 1 tot 8, specteerende tot het rapport A., gehoorende tot het rapport van gecommitteerden nopens den staat van 'slands frontieren, magazynen en arsenaalen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Dat 'er andere werken zyn, aan welken bynaniet te bedillen is, of eene zwaare reparatie juilt binnen Zodanigen onderhoudstyd al of niet plaats moet hebben. Dat het dus geleegen is met de meelte zwaa* re Muuren, op welken vier of zes jaaren tyds te weinig maaken kunnen, dan dat de Kundigen het eens zouden zyn in de bepaaling van het juifte tydftip, dat eene groote herftelling noodzaakelyk zoude zyn.

Dat ook diergelyke buiten gevvoone herftellingen wel zoo. hoog zouden kunnen loopen, dat de geheele jaarlyks bedongene fom den Aanneemer niet toe zoude reiken om dezelve werkftellig te maaken; het geene, indien een Aanneemer 'er toe gehouden konde worden, eene onreedelykheid aan de zyde van den eenen Contractant, en eene dwaasheid in den anderen zoude onderftellen, en dus tegen den aart der zaaken ftrydig zyn.

Dat het derhalven allermoeyelykft is eene gepafte middelmaat, die toch altyd met eene even zuyvere denkenswyze, flegts van elks begrip afhangt, rusfchen 'sLands intereft, en het behoud van een Aanneemer te houden: en dat het gevolg hier doorgaans van wezen moet, dewyl niemand gaarne het bederf Van een Aanneemer op zyn gemoed heeft, dat'sLands Werken liegt onderhouden worden: te meer, daar men (het zy den Ondergetekende geoorloofd zulks te zeggen; door de groote toegeevendheid, welke U Edele Mog. zoo veele jaaren daar omtrent gehad hebben, tot eene Wet gemaakt heeft, alle de verwaarloosde of vervallene Werken by aparte befteedingen, ten koften van Uwe Edel Mog. te doen vernieuwen.

Dat ondertuflchen, indien Uwe Edel Mog. het bederf niet begeeren van een Aanneemer, dieindeongewoonte is gebragt om de Landswerken behoorlyk te onderhouden, en alryd in de onmogelykheid is om eenen goeden overflag te kunnen maaken; dezelven aan den anderen kant het grootfte regr hebben om te begeeren, dat de Aanneemspenningen ten minflen verdiend worden.

Dat Uwe EdeJ Mog. zoo wel het een als het andere voor het vervolg wel eenigfints zyn voorgekome«-, door by derzelver Refolutie van den 30Maart des voorleeden jaars den Ingenieuren te gelaften ,dat in de onderhouds bellekken accuraat'e mentie zalgemaakt worden van den toe/land, waar in de Landswet ken eH Gebouwen zyn, en van de prafumptive herftellingen welke 'er boven die expreffelyk geordonneert en befchre' ven zyn3 zullen moeten gefchieden: en dat hier dooi" zekerlyk de zaaken metter tyd wel eenigfints verbeteren zullen; ten minften dat 'er meerder werk voor de Aanneemspenningen zal gemaakt worden, maat dat dit zelfs de Ingenieurs en Aanneemers fchynr te Herken in de verbeelding, dat de bovenaangehaalde