is toegevoegd aan uw favorieten.

Leesboek voor kinderen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

$3 MEN MOET NIEMAND OM ZYN

daar hy myn pachter is , zyn pacht zo ordentelyk , dat ik geen de ininfte reden heb om over hem te klaagen.

Ja, lieve Willemyntje , als deeze boer niet zoeerlyk was, zou ikuen uwe broeders zoveel klederen niet kunnen geeven,

Gy werdt allen van deezen boer gekleed, want ik heb de pacht, diehy myjaarlyks brengt, tot onze klecding gefchikt.

Hierop liet hy den honig in de kelder brengen. Frits en Karei (tonden benaauwd te kyken, toen zy zagen dat het regt ernst was, en dat zy geen boterbroodje noch honig kregen.

Verwondert u maar niet, zeide de vader. Gy zult noch heden , noch ooit van deezen honig iets te proeven krygen. Daar de boer, die deezen honig bragt, u zo geftonken heeft, Zoudt gy ook wel viesch van zyn honig zyn.

Ja maar hy rook zo vunsch , zeide Frits.

V. Wel waar rook hy dan naar?

F. Naar Paardemest.

V. Hoe of dat toch komen mag?

F. Om dat hy altyd met paarden omgaat.

V. Onnozele Jongen ! hoe zou de man toch maaken kunnen dat hy niet naar Paardemest riekte?

F. Hy moest.... hy moest...

V. Hy moest mogelyk de paarden affchaffen?

F.