Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

te huis gekomen, is in 1776 gecalefaat, van nieuwe Maden voorzien, en in 1777 weder in dienft geltelt»

Het Fregat Jafon, gebouwt in 1770, was in het be* gin van 177Ó gerepareert, en afgetimmert, en gedubbelt, en is in dat jaar in Zee gegaan.

Het Fregat Briel, gebouwt, of opgezet in 1775-, was in 1776 meelt afgetimmert , maar nog onvoorzien van Rondhout, Touwen, Zeylen en Blokken.

Het Fregat de Orangezaal, gebouwt in 1751, was in July 1776 uit Zee gekomen en opgelegt, en wierd in den Winter tuflchen 1776 en 1777 gerepareert, en in ftaat gebragt, gelyk het in 1777 weder gedient heeft.

Het Fregat Bellona, gebouwt in 1763, was in het jaar 177Ó uit Zee ingevallen, en had een merkly* ke reparatie nodig, d;e in 1777 en 1778 gedaan is.

Het Fregat den Arend, is gebouwt in 1769, was in 1776 gerepareert, dog uitgeitelt de verbeetering, die 'er volgens Refolutie van 177f aan gedaan moeft worden, tot dat in Equipage zoude komen, zoo als in het voorjaar 1777 gefchied is.

De Snaauw Zephir, was by de rapporten van 1776 en 1777 opgegeeven, maar nodig te hebben gecalefaat te worden, en is in 1778 in dienft geftelr.

Met één woord; de ftaat der Schepen by dit Collegie was t'einde van 1776, en begin van 1777 zodanig, dat de Equipagemeefter by een Staat, door hem in het voorjaar geformeert, de depence, die 'er nodig zoude weezen, öm de gantfche Zeemagt van het Collegie, zoo ajs dezelve op dien tyd was, in ftaat te ftellen van werking, raamde op vyf a zes Tonnen Gouds, zonder 'er onder te begrypen de reparatie van de Schepen de Maaze en Delft, waar van de kollen niet opgegeeven konden worden, om dat dezelve zeer merklyk zouden kunnen tegenvallen, als de Schepen ontbloot wierden, en haar veroorgen defecten voor het oog kwamen.

Uit het voorgemelde is, met betrekking tot de derde vraage, hoe veel Schepen 'er geëquipeert waren* en met hoe veel Hoofden, reeds op te maaken, dat in het voorjaar 1776 by dit Collegie geëquipeert waren, maar in het zelve jaar uit den dienlt zyn gevallen de twee Fregatten van 10 Hukken de Orangezaal en Bellona, en dat vervolgens by dit Collegie in Equipage zyn gebragt het Schip Rotterdam, en het Fregat Jafon, en deeze waren bemand volgens de ordre van het Land: Het Schip Rotterdam van joftukken, met 300 Man, en het Fregat Jafon van 36 ltuk* ken m*t 230; zoo als de Fregatten de Orangezaal en de Bellone van 20 ftukken, bemand waren geweett met 15-0 Man ieder, tot dat het laatfte uit de Middelen van het Collegie in dienft gehouden met 125Man, op de Ooitindifche Retourvloot heeft gekruid. Moeyelyker is de beantwoording van de vierde vraag;

H was

Sluiten