is toegevoegd aan uw favorieten.

Batavia, in deszelfs gelegenheid, opkomst, voortreffelyke gebouwen [...] ziekte, dieren en gewassen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

go BATAVIA 's

ten geweest zyn, niet by de Engelfchen zagen. Zy eischten derhalven van hen reden , waarom zy de Gevangenen en de Jacatrafche Edelen niet met zich gebracht, en den oever der Rivier niet bezet hadden; waarop de Engelfchen, Keer bedremmeld, geen voldoend befcheid konden geeven, maar hen in olgerr.ccnc bewoordingen daar mede zogteti te paayen, dat 'er geen gevaar rer wereld voor hen was te vreezen, en dat zy voor de goede nhl zaake inftonden. Doch de onzen,

geenszins met zulke uitvluchten voldaan, antwoordden, dat zy niet genegenwaren hun Fort over tegee»e*i, dan alleen volgens de getroffene voorwaarden, en dat zy voor het overige zich liever dood wilden vechten, dan zich ongewapend lasten vermoorden.

De Engelfchen, niet in ftaat den lloüandfchen Commandeur volgens hunne belofte te voldoen, vertrokken mismoedig, terwyl de Hollanders zeer wel te vreeden waren, zich zo gemakkelyk van 't gemaakte, doch voor hen zeer nadeelig Tractaat, verlost te zien ; door dien zy op den voorigen avond een briefje van Van den Broeke hadden gekreegen, waarin hy hen fchreef, dat de zaaken geheel en al, door 'c beftel des Konings van Bantam, veranderd waren, dat hy , zo hy hoopte, tot een goed einde, nu naar Bantam met zyn gezelfchap zou worden overgebragt, en dat de Commandeur van het Fort zich voor het tegenwoordige noch met de Ja. catraanen , noch met de Engelfchen in eenig verdrag moest inlaaten; dewyl de Bantamfche Pangeran hen verbooden had zich verder met het belegeren der Hollanders bezig te houden.

Reeds van 't begin der onlusten, had de Iooze Bantamfche Regent niet alleen tegen de Hollanders, maar insgelyks tegen de Engelfchen en den Koning van Jacatra, verraaderlyke oogmerken gevoed, en hy gebruikte alleen den eenen tegen den anderen, om ze eindelyk alle te zamen re overheerfchen. Hy had ten dien einde , met het begin der belegering, eene groote menigte troepen naar Jacatra gezonden, in fchyn, om derzelver Koning en de Engelfchen te helpen, maar in der daad om., zo zy het den Hollanderen te benaauwd mogten maaken, hun Kasteel voor zich zelvcn xe doen bezetten. Het hoofd deezer troepen begreep nu , dat het tyd was, zyn' Meester te waarfchuwen , dewyl anderszins de Engelfchen fpoedig meester van het Kasteel , en de Jacatrafche Koning , Heer van den vetten buit zou weezen. Ook verzuimde de Regent geen tyd, maar zond noeh fpoedig twee duizend man zyner beste troepen , onder een der eerfte Bantamfche Grooten, welke, behalven de reeds bekend gemaakte handelwyze omtrent de Hollanders, noch een byzonderen last isad tsn nadeele des Konings van Jacatra.

Het