Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

64 DE VOORNAAMSTE GESCHIEDENISSEN , ENZ.

doch de Capiteinen hielden zich, als of zy nergens van wisten, en zeilden al verder Oostwaards, na bericht hunner ontdekkinge aan den Generaal te hebben gezonden; ondertusfchen konden zy, uit al wat zy zagen, niet twyrfeien, of men had te Batavia eene nieuwe belegering te verwagten. Gelukkiglyk ontdekte men hier met meerder zekerheid, uit eenige getrouwe javaanen, dat de Keizer wel degelyk de Stad zou befpringen, en dat men vooraf noch eene geveinsde Ambasfade van VVarga met verfcheide praauwen te wagten had. Deeze kwam ook werkelyk op den 2 o van Zomermaand met 1 3 praauwen te Batavia opdaagen , maar liep leelyk in de knip; wanc naauwelyks was hy aan land geftapt, of hy wierdt op last des Raads van Indien op eene behendige wyze gevat. Op den 24 ondervraagde men hem, en dewyl hy wel befpeurde, dat de zaak ontdekt was, beleed hy alles, dat men wilde weeten, en daar door bekwam men een naauwkeurig bericht van de Hoofden en fterkte des Legers, gelyk ook van den krygsvoorraad, het gefchut, enz.

De voornaame hoofdzaak was nu den verzamelden voorraad des vyands in Tagal en daaromtrent te vernielen; want zo men dit kon doen, was het zeker, dat dc- belegering flegts kort van duur zou zyn. Spoedig werden 'er derhalven fchepen naar Tagal gezonden, die zonder verder onderzoek de plaats aantasteden, dezelve overweldigden, en 400 huizen met een onmeetelyken voorraad van ryst verbrandden. Een ander gewapend fchip vernielde een ander groot rcagazyn te Sabang, naby Tfieribon, en nam veele praauwen weg; ook werden de monden der Rivieren van Karawang enz., langs welke de fchepen naar het Leger moesten komen, zo wel bezet, dat 'er niemand door kon; desniettegenftaande bleef de Keizer in zyn voorneemen om Batavia te belegeren volharden.

De Stad zelve werdt ook merkelyk fterker gemaakt, dewyl men een zeer verwoeden aanval vreesde: hierom werden 'er verfcheiden batteryen en nieuwe houten bolwerken tusfehen de oude in gemaakt, en de bolwerken zelve zo veel mogelyk door gordynen aan eikanderen geflooten, die, hoewel uit enkel Kokoshout gemaakt, echter genoeg in ftaat waren om deezen weinig ervarenen vyand het hoofd te bieden.'

Op den 20 van Oogstmaand ontving men te Batavia tyding, dat het vyandelyk Leger over de Rivier van Karavang was getrokken, en op den 22 zag men reeds veertig hunner ruitesen voor de Stad , die een' aanval deeden op de Koebeesten der Compagnie , welke aldaar liepen, entegen het einde der maand was de Stad aan den landkant omringd door een groot Leger, doch 't welk toen reeds gebrek aan leeftochc had. Op

den

Sluiten