Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

$f OVER DE GEWASSENi

kosnooten, doch veel kleiner; zy dienen ook niet tot voedzel, maar alleen tot het bereiden van Siroop en Zuiker, welke door 't gantfcha land wordt gevoerd. Het hout deezes booms is ook zeer byzonder, binnenshuis onvergangelyk, en zo hard, dat het zelve met geene zaag of boor kan worden bearbeid, maar alleen met kleine beiteltjes en mokers , even als de hardfteen, met welke het fatzoen en de gaten worden gemaakt. De gezondfte fcheuten deezes booms dienen tot boogen, die ongemeen taay en fterk zyn, terwyl de bladen als waaijers worden gebruikt om tot verkoeling te dienen. De bladen, by de Maleyers Olen genoemd, bezigt men in de Indifche Gewesten om 'er op te fchryven, gelyk hier te lande het papier: deeze bladen zyn omtrent drie vingeren breed en anderhalve elle lang, zy worden met touwtjes aan eikanderen gereegen, en volgen dus op eikanderen, indien de brieven groot zyn, doch anderszins zyn zy enkel. Men fchryft op deeze bladen met eene yzere ftift, welke de buitenfte huid des blads doorboort, en onuitdelgbaare letters achterlaat: dit fchryven valt den Indiaanen ook zeer gemakkelyk; want zy doen het altoos op het gevoel, zonder dat zy 'er naar behoeven te zien. Boven het gemeen papier hebben deeze bladen dit voordcel , «Jat 2y nior nllppn zeer fterk zyn ,' maar ook lang in 't water kunnen leggen, zonder dat zy verrotten of de letters uitgaan. Uit deezen boom wordt ook een zeer zoet fap ge-* tapt , *t welk behoorlyk gistende, een lekkeren wyn en fchoonen azyn verfchaft , doch doorgaans dampt men dit fap uit tot Siroop of Zuiker.

De boom Billimhïng is ook omtrent Batavia zeer meenigvuldig, en een van de wonderbaarlykfte, dewyl de bladen zeer byzonder zamengefteld zyn, en alle naar beneden hangen. Uit den dikken ftam, en uit de takken fpruiiten kleine takjes, vol groene knopjes, uit welke fraaye roode bloempjes komen, als Leliën van de kleinfte zoort: op deeze volgen de vruchten, een duim dik en een vinger lang, van gedaante als kleine Komkommers of Agorkjes, buiten groen van fchil, en van binnen met zaad voorzien. Alle deelen des booms worden tot de Geneeskonst gebruikt; hierom berooven de Indiaanen denzelven, niet alleen van zyne bloemen, vruchten en bladeren, maar ook van de fchors en takken; zo dat deeze boomen zeer mismaakt en verminkt zouden blyven ftaan, indien niet de gunftige Natuur denzelven een byzonder groeijend vermogen had gegeeven, waar door de verloorene takken wederom fpoedig aangroeijen, en de ontblootte plaatzen met nieuwe bloemen bedekt worden. Alle deelen van deezen boom bezit* ten een aanmerkelyk verkoelend en zacht zamentrekkend vermogen , gepaard

Sluiten