Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ZANGSPEL. 17

GENEVEVE.

Kom, kom, die va Iers willen nooit in hunne kinderen dulden het geen zy zei ven», in hunne jeugd, bedreeven. Is het dan zo een groot kwaad aan een meisje een' zoen te geeven ? Zo myn vader eens zo had aangegaan op hem om ieder zoen dien hy my gegeeven heeft, toen ik nog vryster was..? Troost jy jou maar, lieve kind, troost jy jou maar. Laat my flechts begaan, ik zal het alles wel ten beste fchikken.

CATHARINA.

Meester George is, inflcdaad, een goed man, doch hy is wel eens een weinig haastig.

OEKEVECE.

Het is zeer gelukkig dat wy ons naar zyne grilligheid een weinig hebben weetan te plooyen ; ook waren wy 'er wel toe verplicht, dewyl hy zich toch niet naar ons zou fchikken. Ik heb altyd getracht den vrede in myn huis te bewaaren, doordien ik wel weet dat die alleen het geluk van het huishouden uitmaakt. Meester George beknort my zeer dikwyls ; maar wat wil dat zeggen? Jk lageh 'er om en dan houdt hy van zeiven op. Het is zeer natuurlyk dat de vrouw voor den man onder doet: maar fchoon wy de fterkfte niet zyn, dit is toch zeker, dat wy de flimste zyn; en zulks is de beste troost voor ons. Meester George mag zo haastig en zo koppig wezen als hy wil, ik kryg het' toch altyd naar myn',zin. Evenwel is dit toch drommels verveelend dat ik meer dan een jaar achter een reeds

Eerjle Bedryf. C aan

Sluiten