Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 33 )

N0. 8.

D E

-D A M E S = P O S T*

Van den 2 Maart, 1785.

BRIEVEN van VERSCHEIDENE I'LAATZÈN. " '

W eenen, 2 February.

" » "\Tooit zyn de Carnaval.s vermaaken zo levendig en veelvuldig geweest dan dit jaar;.in een van de laatfte Redoutes telde men meer als drie duizend Maskers, en behalven die openbaare Redoutes, gaat'er byna geen dag voorby of 'er worden particulieren Bah in de voornaamfte buizen gegeeven. Drie maal 's weeks is 'er Bal in 't zogenaamd Cafmo, en men vind , op de daar toe gefielde dagen, ten minften in 40 onderfcheidene danszaalen en in een aantal herbergen , een zeer fchoon muziek. By dit al, zyn hier tien onderfcheidene troepen Comedianten, welke dagelyks op zes toneelen fpeelen." "

„ „ Van Briln,meld men, dat daar,den 15van de voorledene maand, (toevallig brand ontflaan is, in den Schouwburg van die Stad, welke geheel in de asfche is gelegd geworden; gelukkiglyk heeft niemand daarby 't leven verlooren. " AvignoN 30 December.

„ Van Brescou (een fort gelegen, op een klein Eilandje in dcMiddelandscbe-zee, één myl van Agde~) word de volgende edelmoedige en heldhaftige daad, van drie matroozen, gemeld, die de mensch-

* heid te veel eer aan doet, dan dat dezelve der I vergetelheid niet onttrokken worde. . . .

Een Tartaan van Camne komende, had reeds twee dagen vóór 't Fort ten anker gelegen, onder het ujtflaaa, van een' geweldigen ftorm, De Kapitein oordeelende uithoofden, van het groote lek van 't fchip,-het ontnoogelyk te zyn om lan*ger op die plaats te konnen houden, kapte zyne kabels en zettede het op de kust, om daar te ftranden, De ftorm bleef aanhouden, en de tusfchenruimte van 't fchip naar de wal, was nog aanmerkelyk groot, zo dat het volk ongetwyfeld daar zou hebben moeten om.koomen, byaldien zekeren Maros, matroos op een Bark die onder 'c " Fort geankerd lag, de onvertzaagdheid niet had gehad, van in,zee te fpringen, ten einde een reep, die men hem van 't fchip toewierp, te grypen. Doch de heevigheid van den wind, maakte zyne poogingen vrugtloos: weéraan zyn boord geklommen zynde, werpt hy zig ander maal in zee, maar met even zo weinig geluk als te voorren ,hy liet egter den moed niet zakken, en wanneer hy door vermoeidheid vreesd te zullen bezwyken; zwemd-hy weder naar boord, bekomd een weinig, en fpringd weêr in zee. De vyfde maal gelukte het dien braaven menfehenvriend, de reep te bereiken , die met de tanden te vat-

' H ten

Sluiten