is toegevoegd aan uw favorieten.

De verschoppeling, of Schilderend tafereel der zegepralende kinder-liefde.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Zegepral. Kinder-Liefbe. ^

dér Natuur. Thans gevoel ik, dat ik mensch ben , en dat ik als éénig op de Wereld en beroofd van alle iedele glansch en aanzien, da wezentlyke waarde myner beftaanlykheid bezeffe. Ik zal haar niet ontluisteren, en welke onheilen het Lot ook voor my befpaard, ik zal haaren grooten Maaker geene fchande aandoen voor het gewrogte zyner handen. Ach! Platénor, mogt gy my door een laast vaarwel weer nieuwe moed infcherpen. Een enkele opflag uwer oogen , zoude in myn gemoed die hemelfche vlamme Horten , met dewelke de uwe bezield is, en ik zoude, noch myne zwakheidj noch de drukkende last myner fchamelheid, duchten.

Hy was noch bezig met dusdanige denkbeel* den , wanneer het rytuig der Gravinne, zyne Moeder, zich onverwagt voor zyne oogen vertoond. Op dit gezicht begint zyn hart van rouwe te bloeden, en zyn gelaat vestigd zich met een aandoenelyk medelyden op deez' verwaten Vrouw ; de trotfche Gravinne zelfs , laat zich een zucht ontvallen , mogelyk de éérfte van al haar leeven; en de ftemme der Natuur, die zich tot in de allerbooste harten Iaat hooren, verftoorde haare Zegepraal door onlydelyke knagingen. Voorwaar, de wroeging

is