is toegevoegd aan uw favorieten.

Handelingen van de Municipaliteit der stad Amsterdam [...]. Bijlagen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

( 104 )

Op deze berichten, werdt befloten, het Huis der Gemeente, hetwelk, tot nog toe, gefloten was geweest, weder te doen «penen , waartoe de noodige orders gegeeven werden. Een Sergeant van de wagthebbende manfchap, liet zich aandienen, vraagende, of dit openen op order van den Prefident gefchied was ? De Prefident beandwoord da dit affirmatief, daarbij voegende, dat hij verwagte, dat de commandeerende Officier der Burgerwagt, zou zorgen, dat de toevloed ép het Huis der Gemeente niet te groot wierd, en aldaar geen ongeregeldheeden plaats zouden hebben; de Sergeant verzeekerde de Vergadering van den bij (land der wagt, en vertrok.

Thefaurieren verlieten mede daarop deze gecombineerde Vergadering, en begaven zich, des vóórmiddags, omtrend tien uuren, naar hunne gewoone Vergaderkamer, om hunne werkzaamheeden te vervolgen; aldaar gekomen zijnde, vervoegden zich eenige werklieden bij hen , zich bereid verklaarende , aan het werk te gaan, en het 'er op te zullen waagen; doch, te gelijk klaagende , dat zekere Jan Oh jen , een Oranjegezinde was, en zelfs nu nog openlijk verklaarde, daar voor te zijn en te zullen blijven; Thefaurieren preezen derzelver bereidwilligheid, en zeiden hen, dat men hen nader zoude te kennen geeven, wanneer zij weder konden werken; voords, dat de befchuldiging te&en Jan Oltjen zoude worden onderzocht, en wanneer dezelve, overëenkomftig der waarheid, bevonden wierdt, deze perfoon voorzeeker zoude gedimitteerd, en niet weder gebruikt worden. Kort daarna", kwam mede de Schilders Onderbaas R. Drost, binnen, naamens eenige perfoonen, die zich voor de Kamer van Thefaurie ordinaris bevonden , inleverende een Reqeest of Adres, houdende klagten, over de aanftelling van eenige Schilders, die befchuldigd werden, het Oranje Bewind te zijn toegedaan, en te kennen geevende, dat hij zich verpligt gevonden hadt, deze lieden, in het opftellen dezer klagten en bezwaaren, behulpzaam te zijn, om hen daardoor dezeiven geregeld te doen inleveren, en alle verdere buitenfpoorigheeden daardoor, zo veel in zijn vermogen was, te helpen

voor-