Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

öoa Briêv&n geduurende mijn verblijf

Warrington, den 13 December, 175S.

Mijne Waardste!

jfT*oT dus verre is alles wel, en ik vertrouw, dat het ten einde toe zoo zal weezen. Het weder is gunstig; de wegen zijn goed; en mijn paard is vlug en mak. Hij heeft nog geen enkelen keer gefchrifct; hoewel hij fomtijds de ooren eens oplleekt.

Nu en dan gevoel ik eenige finert, dat ik van u gefcheiden moet weezen , doch het is van korten duur; en de oorzaak vergoedt het alles. Ka drie of vier weeken, hoop ik, zul!en wij weder bij eikanderen zijn; en dan zal één uur al het verdriet van het afzijn opweegen. Laat ons niet wenfehen, dat de tusfehenpoos voorbij mogt zijn, maar ons dezelve ten nutte maaken; draa zal ze verftreeken zijn. — Het nieuw tooneel des levens, welk zich voor ons fchijnt te openen, is zeer gewigtig. Wij hebben noodig , ernstig en aanhoudend voor eikanderen te bidden. — Maak veel gebruik van de Middelen der Genade; en neem uwe gezette tijden van afzondering waar. —■ Tracht zulk gezelfchap te vermijden, waar uit gij geen nut kunt berekenen; en doe uw voordeel mee dat, welk gij niet vermijden kunt. — Vaarwel! De vrede Gods bereide u hier, tot het genot 2ijr.crt Heerlijkheid hierna! Amen!

Sluiten