Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

t ^ Olney. 321

mijne fchuld zijn, en die gij, noch ik, kunnen veranderen. De verzoekingen volgen de gemoedsgeftalten ; en de Satan is altijd listig, en werkzaam, in zijne poogingen , om onzen vrede te Hooren , cn onze gedachten afteleiden van het groote Voorwerp. Schoon uw gezelfchap mij het aangenaamfte en dierbaarlle is onder alle aardfche genoegens , zal ik mij eene maand afzijns wel vergolden achten, indien gij met u te huis brengt eene begeerte, om te waaken cn te bidden tegen die verkeerde indrukfelen, welken uwe liefde tot mij fomwijlen in uw gemoed veroorzaakt heeft. En ik hoop de les, die ik u geef, zelf te beiludeeren, en te ftreeven en te bidden , om het fieraad van eenen zachtmoedigen en ftillcn geest. Dan, helaas! fchoon ik weet, in de befchouwing, hoe een Christen behoorde te zijn, ben ik iteeds te droevig gebrekkig in de beoefening.

Bied mijne groete en achting aan alle mijne goede Vrienden. Wij leer had ik geen' éénen Vriend ; maar God heeft er mij federt veelen gefchonken. Wie, die mij op de Plantanes gezien hadde, zou verwacht hebben, het geen iinds gebeurd is ? Hoe zeer ben ik alles, wat ik ontvangen heb, onwaardig ! — zeer onwaardig ben ik, in het bezit van u zoo gelukkig te zijn! — maar boven al, onwaardig, de eer te genieten, van het Evangelij, dat ik, helaas! veel te lang gefmaad en gelasterd heb, te moogen prediken! UI. Deel. X Mij.

Sluiten