Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

38 EERSTE LEERREDE.

en ors bi-

Jfuuren-

de.

Wij hebben telkens noodig , in ons beftaan, doen, en laaten, heftuurd en geleid te worden. De eigenwijsheid zegt : „ Ik weet zelf j wat mij te doen ftaat." De drift flaat zaaken ter hand , zonder aan de uitkoomst te denken. De taal der verwaandheid is: „Het is bijna onmoogelijk, dat iemand de zaaken zoo wel verftaan en behandelen zou, als ik." De onbedachtzaamheid maakt zich, hoe fpoediger zoo liever, van zaaken af, en hoe ? is haar geene overweeging waardig; toevallen en gevolgen moeten zich fchikken, zoo zij best konnen. Van daar zoo veel twist , zoo veel verwarring , en , uit een klein beginfel , zoo veel verdervend kwaad, en fmertende fehade. Maar de nederigheid, de bedachtzaamheid, de voorzichtigheid, doen ons vraagen : „ Hoe zal ik mij best gedraagen ? Hoe zal ik mijne zaaken nuttigst en gelukkigst behandelen ?" En hier geeft de Gefchiednis den opmerkzaamen onderzoeker de heerlijkfte lesfen. Om uit duizende voorbeeldon maar één of twee te noemen. Er ontftaat — en hoe vaak gebeurt dit ! — twist. De Gefchiednisfen doen ons , ontelbaare reizen, zien , dat dezelve , van beide kanten tot het uiterfte gedreeven wordende, voor beide de twistenden verderfüjk wordt; tevens geeven zij ons voorbeelden van wijs beleid, waar door de partijen bevredigd, en het wederzijdsch welvaren bevoorderd , zijn geworden. Abraham, fehoon ouder danLoth,

aas

Sluiten